Dit is een interessante vraag, want in ons begrippenkader speelt variëteit een belangrijke rol. Mogen we de vraag als volgt herformuleren: "Zijn we als opleiders in staat de diversiteit tussen studenten naar boven te halen?" In gesprekken geven drie studenten van de Marnix aan dat ze op heel verschillende stagescholen zitten, met heel verschillende mentoren te maken hebben en heel verschillend over zaken denken. Zij zeggen letterlijk: door de onderlinge verschillen worden we uitgedaagd zelf na te denken en eigen keuzen te maken. Het gaat hier om derde- en vierdejaars studenten.
In het verlengde daarvan zouden we ons af kunnen vragen: komen de eerste- en tweedejaars allemaal met dezelfde (middelbare) schoolervaringen binnen? Ervaren deze studenten de pabo op dezelfde manier? Wat kunnen deze studenten van elkaar leren als het gaat om het doen van onderzoek? En wat doen wij als opleiders om verschillen tussen studenten op te sporen, zichtbaar te maken en als onderdeel van kenniscreatie te gebruiken? Kortom een uitdagende vraag die de komende jaren van het lectoraat zeker verder geconcretiseerd zal worden en hopelijk ook beantwoord zal worden.
Reacties
Er zijn nog geen reacties geplaatst.